Familie in goede en kwade dagen II : Fons en de rest van het nest

Deel
Familie in goede en kwade dagen II : Fons en de rest van het nest
Alphonsius Vink en Martha Smet

Het vervolg van de negen Vink-kinderen. Fons, mijn grootvader, garelenmaker in de Plezantstraat. Anna Rosalia, van wie weinig meer rest dan haar naam. Tante Mathilde, die met nonkel Frans Schoeters de twijnderij groot maakte. En TantUrma, die met nonkel Cazzen Hutsebaut van Parijs naar de Hofstraat trok.

Alphonius Cornelius Vink °30-09-1886 †16-06-1952
Alphonius was de man zonder wie ik hier niet zou zitten schrijven. Hij is de stamvader van onze lijn, de vader van mijn vader, en, hoe kan het ook anders, de bron van het hele verhaal dat ik nu vertel. Iedereen noemde hem Fons, en Fons trouwde met Martha Mathilde Perpetua Smet (°27-08-1888, †25-10-1950). Twee mensen die hun leven begonnen in een tijd waarin hard werken geen keuze was, maar gewoon de lucht die je inademde.

Fons groeide op in een huis dat in Sint-Niklaas wijd en zijd bekend stond: het herenhuis vooraan in de Plezantstraat, met achterin een koetshuis en een gevel die je al van ver zag aankomen. Wie voorbijwandelde, kon door een kelderraam naast het uitstalraam zelfs zien wat er die dag op tafel kwam, een soort etalage van het huiselijk leven, gratis en voor niets. In dat huis hield de familie een garelenwinkel open, met klanten uit heel België en zelfs uit Nederland en Frankrijk. In de etalage stond een opgezette hond, voor de deur een opgezet paard, een lokmiddel dat zo overtuigend werkte dat heel Sint-Niklaas wist waar "Vink de garelenmaker" te vinden was, ook al reed er allang niemand meer op een paard.